Erfgoedstatuut

Welke data?

Dit thema bevat data en informatie over de verschillende statuten die aan onroerend erfgoed in Vlaanderen kunnen worden toegekend door toepassing van diverse beleidsinstrumenten. Daardoor krijgt men een volledig overzicht van het aanbod aan waardevol onroerend erfgoed in Vlaanderen.

Het beschermingsinstrumentarium maakt hier deel van uit: dit is wettelijk vastleggen dat een bepaald onroerend goed omwille van zijn erfgoedwaarde van algemeen belang is en dat deze erfgoedwaarden behouden moeten blijven.

Een ander instrument is het inventariseren van onroerend erfgoed: het wetenschappelijk in kaart brengen van waardevolle onroerende goederen in Vlaanderen. De minister bevoegd voor onroerend erfgoed kan een inventaris vaststellen. Voor goederen opgenomen in een vastgestelde inventaris gelden bepaalde juridische gevolgen.

Beschermd onroerend erfgoed

De minister bevoegd voor onroerend erfgoed kan een onroerend goed beschermen omwille van de erfgoedwaarde. Beschermen kan formeel sinds 1931. In de loop van de decennia ontwikkelde het beschermingsinstrumentarium zich tot een stelsel van verschillende beschermingsstatuten met één gemeenschappelijk doel: het belangrijkste erfgoed vrijwaren voor de toekomst.

De procedure om een onroerend goed te beschermen valt uiteen in twee fases:

Andere indicatoren behandelen andere aspecten van de beschermingsprocedure zoals het openbaar onderzoek, het opheffen van een bescherming en tot slot de oppervlakte die de beschermingen innemen in Vlaanderen.

Waardevol onroerend erfgoed

Om te weten welk erfgoed in Vlaanderen aanwezig is, worden diverse wetenschappelijke inventarissen opgemaakt. Een inventaris brengt in kaart welke objecten, goederen of sites in Vlaanderen erfgoedwaarde bezitten.

Er bestaan heel wat inventarissen. Hieronder een aantal voorbeelden van inventarissen die het agentschap Onroerend Erfgoed opmaakt:

  • De inventaris bouwkundig erfgoed wil een systematische beschrijving van het bouwkundig erfgoed in Vlaanderen bieden. De inventaris heeft aandacht voor alle bouwstijlen, typologieën en alle tijdsperiodes, van de prehistorie tot vandaag. De inventaris maakt een onderscheid tussen een bouwkundig relict en een bouwkundig geheel;
  • De Centrale Archeologische Inventaris (CAI) biedt een overzicht van archeologische waarnemingen en onderzoeken die tot op heden door uiteenlopende actoren en op verschillende manieren zijn gemeld of gepubliceerd;
  • De inventaris van archeologische zones is bedoeld als instrument voor de zorg van het in situ bewaard gebleven archeologisch erfgoed. De inventaris bakent gebieden af waar op basis van wetenschappelijke aanwijzingen vermoedelijk archeologisch erfgoed aanwezig is en waar aanwijzingen aantonen dat dit erfgoed nog voldoende goed is bewaard om archeologische waarde te hebben. De afbakening van een archeologische zone gebeurt op basis van archeologische waarnemingen, landschappelijke, topografische, bodemkundige, historische en andere gegevens. Een deel van de input hiervoor komt van de hierboven vermelde CAI;
  • De landschapsatlas bevat relicten, zowel gebieden als elementen, die getuigen van het vroegere landschap. De atlas biedt een overzicht van alle landschapskenmerken met erfgoedwaarde. Gehelen met een grote landschappelijke waarde staan in de landschapsatlas als ankerplaats geregistreerd.
  • De inventaris van houtige beplantingen met erfgoedwaarde bevat bomen en struiken die bijzonder oud, groot of zeldzaam zijn of die een historische betekening hebben. Bij de inventarisatie van houtige beplantingen met erfgoedwaarde wordt op zoek gegaan naar beplantingsvormen die representatief zijn voor het werk van de mens, van de natuur of van beide samen;
  • De inventaris van historische parken en tuinen inventariseert tuinen en parken met erfgoedwaarde. Daarbij horen prieeltjes, padenstructuren, bijzondere bomen, … en wordt de aanleg en evolutie geschetst aan de hand van kaarten, iconografisch materiaal, literatuur- en terreinonderzoek.

Op basis van de wetenschappelijke inventarissen kan de minister bevoegd voor Onroerend Erfgoed onroerende goederen vaststellen. Dit kan wanneer het goed één of meerdere erfgoedwaarden bezit en voldoende goed is bewaard. Voor het vaststellen van elke afzonderlijke inventaris ontwikkelde het agentschap een aparte inventarismethodologie.

Het Onroerenderfgoeddecreet voorziet een rechtsgrond voor het geheel of gedeeltelijk vaststellen van vijf inventarissen:

  • De vastgestelde landschapsatlas;
  • De vastgestelde inventaris van archeologische zones;
  • De vastgestelde inventaris van bouwkundig erfgoed: Deze kan worden vastgesteld sinds 2009;
  • De vastgestelde inventaris van houtige beplantingen met erfgoedwaarde;
  • De vastgestelde inventaris van historische tuinen en parken.

Tot slot kan het agentschap Onroerend erfgoed een kaart vaststellen van gebieden waar geen archeologisch erfgoed meer te verwachten valt (GGA).

Voorafgaand aan de vaststelling van een inventaris wordt een openbaar onderzoek georganiseerd waar iedereen opmerkingen kan formuleren of bezwaren indienen. Na afloop hiervan kan de inventaris worden vastgesteld. Goederen opgenomen in een inventaris die wordt vastgesteld krijgen een rechtsstatuut (zie rechtsgevolgen vastgestelde inventaris).